Zon
De zon is een enorme bol van superheet en helder gas.
Ze heeft een doorsnede van 1.4 miljoen kilometer, de aarde past er wel 1.300.000 keer in.

De zon ontstond net als alle andere sterren uit samentrekkend materiaal in een grote wolk van gas en stof, voornamelijk waterstof en helium. Tientallen sterren die tegelijk met de zon zijn ontstaan, bevinden zich nog steeds binnen een afstand van een paar honderd lichtjaar van de zon.

Sterrenkundigen gaan er vanuit dat vrijwel alle sterren van het melkwegstelsel zijn geboren in groepen die in de loop der tijd uiteen zijn gevallen, maar dit is minder snel gebeurd dan men tot nu toe dacht.


Onze zon bevindt zich nu op een afstand van 28.000 lichtjaar van het centrum van de melkweg.
Zijn snelheid is 235 kilometer per seconde, is licht elliptisch en heeft sinds zijn ontstaan 27 omlopen rond het melkwegcentrum gemaakt.
De zon werd geboren in een uitgestrekte interstellaire wolk, die door zijn eigen zwaartekracht samentrok en daarna uiteenviel in deelwolken, die elk het licht gaven aan een ster.
Er zijn toen waarschijnlijk 500 tot 3000 zonnen ontstaan, in een gebied met een doorsnede van 6 tot 20 lichtjaar.


Actuele zonnevlekken

Toen het samengedrukte en hete materiaal in de kern van de jonge zon een temperatuur bereikte van 10 miljoen C, begon de kernfusie en kwam er energie vrij.

De zon schijnt, omdat zij lichtenergie produceert.
Ze schijnt al 4,6 miljard jaar en zal nog ongeveer 5 miljard jaar doorschijnen.

Het licht van de zon doet er 8 minuten over om de aarde te bereiken.
Dus als je hem nog net boven de horizon ziet is hij in het echt al ondergegaan.

De zon bevat ruim 99% van al het materiaal in ons zonnestelsel.
Ze bestaat voor 3/4 uit waterstof, de rest uit helium en andere elementen.


Ongeveer 60% van het gas van de zon zit in de kern samengeperst bij een temperatuur van 15 miljoen C.
In de kern wordt waterstof omgezet in helium, waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen.

Elke seconde wordt ongeveer 600.000 miljoen kg waterstof in helium omgezet.

De zon is de laatste zestig jaar hyperactief.
In de periode 1645-1715 waren er bijna geen zonnevlekken.


Zonnevlekken van heel dichtbij

De donkere zonnevlekken hebben een doorsnede van een paar honderd tot honderdduizenden kilometers, in die zonnevlekken is de temperatuur ongeveer 1500C lager dan op de rest van de zon.

De zonnevlekken hebben een periode van elf jaar dat ze toe- en afnemen.
Rond deze piek zijn er de meeste zonnevlekken op de zon te zien die niet langer dan enkele weken blijven bestaan.

Het zichtbare oppervlak wordt fotosfeer genoemd.
De temperatuur is daar 5500C.


Zonnevlam (protuberans)

In de fotosfeer komen gassen uit het oppervlak in de vorm van stralen en wolken, een protuberans (gaswolk).

Boven de fotosfeer bevindt zich de dampkring die miljoenen kilometers ver de ruimte in reikt.
De binnenste dampkring is de chromosfeer, de buitenste dampkring, de corona, is alleen zichtbaar tijdens een volledige zonsverduistering.